Op 6 juni 2011 prijkte er in NRC een bijzondere kop boven een artikel: EHEC-bacterie drijft regeringen uiteen. Media panikeren. Wat hier zo bijzonder aan is? Nou, het woordje panikeren kwam bij mijn weten tot dan toe alleen in België voor; in Nederland zeggen we immers 'in paniek raken'. Van Dale beschrijft het woord dan ook als Belgisch Nederlands, komende van het Franse 'paniquer'. Of dit te maken had met de Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch, zo vroeg ik me af.
Op zaterdagochtend 20 augustus lees ik in het AD het vier pagina's tellende verslag over het drama op Pukkelpop van donderdag. Twee zinnen van de (Nederlandse) AD-journalist lieten mij niet meer los: 'Hier en daar is de sfeer de ochtend en de middag na de ramp nog melig. Maar er wordt ook gehuild.' En aan het eind van het artikel: 'De tragedie van Pukkelpop 2011 krijgt een gezicht. Zelfs de meligste festivalgangers worden er doodstil van.' Hoe kunnen mensen die zoiets hebben meegemaakt nu melig doen? Lollig doen, flauwe grappen maken, zoals ik dat vroeger met vriendinnetjes onder de les deed: zou het een posttraumatische stressreactie kunnen zijn? Of, wat gewoner: de behoefte aan een uitlaatklep?
Pas later dit weekend schoot me te binnen dat dit woord in België heel andere betekenissen heeft. Het woord kan daar 'afgezaagd, vervelend' betekenen. 'Last Christmas' van WHAM! is dan bijvoorbeeld een melig kerstlied. Maar ook kan het betekenen: 'emotioneel, overemotioneel', soms ook wel: 'zoetsappig'. Ik kwam het dit weekend toevallig ook tegen in het Vlaamse blad Humo, in een recensie van de film 'Rabbit Hole', een tearjerker waarin Nicole Kidman een moeder speelt die haar zoontje heeft verloren: '[...] En wie zich laat meeslepen, treft nog wel meer van dit soort waarachtige [...] momentjes aan - strovuurtjes van pure ontroering. Toegegeven: het monster van de meligheid loert af en toe gevaarlijk om de hoek. [...]'
Is het denkbaar dat de Nederlandse journalist dit woord, in de laatstgenoemde betekenis, op de festivalweide heeft opgepikt onder Vlaamse jongeren, het misschien ook in een Vlaamse krant heeft gelezen, er de Nederlandse betekenis aan heeft toegekend en dit woord in zijn artikel heeft gebruikt? Of zou hij het gewoon in de Hollandse kantine hebben opgepikt, van zijn Vlaamse collega's? Het AD is natuurlijk alweer een tijdje in handen van de Belgische uitgeverij De Persgroep...
zondag 21 augustus 2011
maandag 30 mei 2011
Taalgevoel: niet nodig, wél handig
Als het zo uitkomt, dan kan het best wel eens fijn zijn om jezelf in een hokje te stoppen.
In de Elsevier stond een tijdje geleden, in de rubriek 'M’n goeie geld', een ondernemer die naar eigen zeggen aan dyscalculie leed. Zo had hij geen idee wat zijn inkomen was, want hij kon geen getallen onthouden. Een ondernemer! Die avond trok ik een goede fles open. Blij dat ik was! Eindelijk: mijn afwijking kreeg een naam. Voortaan ben ik niet meer die kluns die in de winkel geen idee heeft hoeveel een pak vla kost en die in de stress schiet als de caissière om extra geld vraagt, zodat zij mij kan teruggeven. Ik heb dyscalculie. Dys-cal-cu-lie. Mooi woord!
Bijna nooit heb ik het idee dat ik iets fundamenteels mis door niet goed te kunnen rekenen. Het is gewoon een kwestie van het juiste beroep kiezen. Mensen zonder taalgevoel zeggen precies hetzelfde: Ik overleef toch ook wel zonder talenkennis? Ik kan me toch verstaanbaar maken? Wie ligt er wakker van als ik een dt-fout maak? Ze hebben helemaal gelijk. Misschien moet je dan even geen tolk of redacteur willen worden, maar verder ligt de wereld voor je open.
Maar soms, soms... is het zo verdraaid handig als je toch enig taalgevoel hebt.
Zo vraag ik me wel eens af, zouden mensen zonder gevoel voor taal en zonder talenkennis...
- hun dochter de lieflijk klinkende naam Ancilla geven, als ze wisten dat dat in het Latijn slavin betekent?
- hun dochter Tabitha noemen, als ze wisten dat dit in Frankrijk net zo'n dubbelzinnige naam is als Dick in Engeland?
- hun zoon of dochter Dominique noemen, gezien de vulgaire betekenis van -nique in het Frans? (Strauss-Kahn wordt nu uitgejouwd: "Dominique... nique... nique..." – nomen est omen...?)
- het woord T-shirt consequent als t-shirt blijven schrijven?
- het Engelse woord voor paardenbloem, dandelion, uitspreken als 'dendílion', in plaats van als 'dendilaaion', daar het woord immers leeuwentand betekent en afgeleid is van het Franse dent-de-lion?
- ooit nog het woord kunstof als kunststof gaan schrijven?
- bij yoghurt waar 'frutas silvestres' op staat, in de eerste plaats denken aan bosvruchten, of toch aan Sylvester Stallone of Sylvester van Tweety?
In de Elsevier stond een tijdje geleden, in de rubriek 'M’n goeie geld', een ondernemer die naar eigen zeggen aan dyscalculie leed. Zo had hij geen idee wat zijn inkomen was, want hij kon geen getallen onthouden. Een ondernemer! Die avond trok ik een goede fles open. Blij dat ik was! Eindelijk: mijn afwijking kreeg een naam. Voortaan ben ik niet meer die kluns die in de winkel geen idee heeft hoeveel een pak vla kost en die in de stress schiet als de caissière om extra geld vraagt, zodat zij mij kan teruggeven. Ik heb dyscalculie. Dys-cal-cu-lie. Mooi woord!
Bijna nooit heb ik het idee dat ik iets fundamenteels mis door niet goed te kunnen rekenen. Het is gewoon een kwestie van het juiste beroep kiezen. Mensen zonder taalgevoel zeggen precies hetzelfde: Ik overleef toch ook wel zonder talenkennis? Ik kan me toch verstaanbaar maken? Wie ligt er wakker van als ik een dt-fout maak? Ze hebben helemaal gelijk. Misschien moet je dan even geen tolk of redacteur willen worden, maar verder ligt de wereld voor je open.
Maar soms, soms... is het zo verdraaid handig als je toch enig taalgevoel hebt.
Zo vraag ik me wel eens af, zouden mensen zonder gevoel voor taal en zonder talenkennis...
- hun dochter de lieflijk klinkende naam Ancilla geven, als ze wisten dat dat in het Latijn slavin betekent?
- hun dochter Tabitha noemen, als ze wisten dat dit in Frankrijk net zo'n dubbelzinnige naam is als Dick in Engeland?
- hun zoon of dochter Dominique noemen, gezien de vulgaire betekenis van -nique in het Frans? (Strauss-Kahn wordt nu uitgejouwd: "Dominique... nique... nique..." – nomen est omen...?)
- het woord T-shirt consequent als t-shirt blijven schrijven?
- het Engelse woord voor paardenbloem, dandelion, uitspreken als 'dendílion', in plaats van als 'dendilaaion', daar het woord immers leeuwentand betekent en afgeleid is van het Franse dent-de-lion?
- ooit nog het woord kunstof als kunststof gaan schrijven?
- bij yoghurt waar 'frutas silvestres' op staat, in de eerste plaats denken aan bosvruchten, of toch aan Sylvester Stallone of Sylvester van Tweety?
zondag 27 maart 2011
Valse vrienden
Als je dit jaar op vakantie naar Frankrijk gaat, lees dan nog eens de onderstaande typische faux amis, Franse valse vrienden. Je zult ze misschien nodig hebben...
batterij: la pile - la batterie: accu, slagwerk, keukengerei
bonbons: des chocolats - des bonbons: snoepjes
conducteur: le contrôleur/le receveur - le conducteur: chauffeur
consumeren: consommer - consumer: door vuur verteren
etalage: la vitrine - l'étalage (m.): uitstalling
file: le bouchon, l'embouteillage (m.) - la file: rij
horloge: la montre - l'horloge (v.): klok, uurwerk
imperiaal (op auto): la galerie - impérial: keizerlijk
kano: la périssoire - le canot: roeiboot
koffer: la valise - le coffre: kist, bagageruimte (van auto), kluis
krant: le journal - le courant: stroom, stroming
kwartier: le quart d'heure - le quartier: (stads)wijk
logeren bij: passer quelque temps chez - loger: huisvesten, (tijdelijk) wonen bij; de logé(e): l'invité(e)
machinist: le conducteur - le machiniste: toneelknecht
maillot: les collants - le maillot: strak shirt, badpak, zwembroek
nul: zéro - nul: waardeloos
perron: le quai - le perron: bordes
post: le courrier - le poste: standplaats, toestel; la poste: postkantoor
recept (van dokter): l'ordonnance (v.) - la recette: keukenrecept, formule; opbrengst, entreegelden
regelen: arranger, organiser - régler: betalen; afwerken
rotonde: le rond-point - la rotonde: cirkelvormig bouwwerk
route: l'itinéraire (m.), le parcours - la route: weg
station: la gare - la station: metrostation, standplaats (van taxi's)
vitrage: les rideaux - le vitrage: beglazing
zebra (oversteekplaats): le passage protégé - le zèbre: zebra (savannedier)
faux amis - false friends - falsche Freunde
zaterdag 12 maart 2011
Kokosbrood is geen brood (en geen ham)
Ik miste er echter een paar: confituur = jam, look = knoflook, préparé = filet américain, veenbessen = cranberry’s, peper = paprika, pijpajuin = bosuitjes/lente-uitjes, hesp = ham en slazwierder = slacentrifuge.
Al lang geleden stuurde een lezer mij nóg een klassieke spraakverwarring tussen Vlamingen en Nederlanders op. Nu ik toch over etenswaren bezig ben, kan ik eindelijk mijn belofte inlossen om Jan Pauls ervaring te verwerken in mijn blog:
“Ik bestelde in Vlaanderen een bakje friet met mayonaise en curry. Daarmee doelend op de heerlijke curry gewürz op tomatenbasis die het zo goed doet met friet, ui en mayonaise. In plaats daarvan kreeg ik een kerriesaus op oliebasis die het juist akelig slecht doet met friet en mayonaise. En dat terwijl ze mijn saus wel hadden, want ik zag er mensen mee lopen. Ik heb het even opgezocht en had naar 'curryketchup' moeten vragen.”
Verder kreeg ik in verband met de introductie van AH in België (in België 'invasie' genoemd) nog een paar prangende vragen toegestuurd:
- "Kan ik nu eindelijk mijn AH vegetarische paté gewoon hier om de hoek kopen?" Ik hoop het voor je, Nederlandse Muriel uit Antwerpen!
- "Zullen die Nederlandse voetbalplaatjes in België ook gaan aanslaan?" Ik weet het niet, Rob uit Arnhem. De oranje beesies alvast niet, vermoedelijk.
Zelf heb ik er ook nog een paar:
- Zou er kruisbestuiving gaan plaatsvinden? Zullen we in Nederland binnenkort ook door de Appie horen schallen: “Droge voeding, kassa drie!”?
- Zou de Belgische consument, naast vla (die trouwens in veel Belgische supermarkten al verkrijgbaar was), nu eindelijk ook kennis kunnen gaan maken met drop, pindakaas, roze en blauwe muisjes en... kokosbrood?
Kokosbrood! Een grappig tafereel aan onze ontbijttafel, waaraan bezoek uit Vlaanderen was aangeschoven:
“O, ik dacht dat je echt brood bedoelde, met kokos erin. Maar wat is dit dan just? 't Lijkt wel een schelleke hesp, zo roze! 't Ruikt alleszins naar kokos. Maar wat is ’t? Ah, samengeperste kokos? En hoe komen die kleurtjes er dan in?” Etc. etc. En ik, verontschuldigend: “Nou ja, het is ook eigenlijk iets wat vooral door kinderen gegeten wordt, maar je moet toch eens proeven hoor!”
Deze (hopelijk SEO-verantwoorde) blog is opgedragen aan alle Belgen, die met een kokosbroodloze jeugd toch echt wat gemist hebben in hun kindertijd.
maandag 14 februari 2011
Goede recensie 'Zorg naar eer en geweten'
Als redacteur van een boek sta je uiteraard in de schaduw van de auteur(s).Toch ben ik óók een beetje trots op een van de recensies van het indringende relaas 'Zorg naar eer en geweten' van Jolanda de Mooij en Milly van der Ploeg. Dit boek heb ik vorig jaar nog even lekker mogen stroomlijnen, zodat het prettig leesbaar werd.
Een stukje uit de recensie:
Opleidingsfunctionaris en trendwatcher Annalies Doodhagen las het boek in één adem uit. Annalies: 'Jolanda de Mooij doet in het boek persoonlijk verslag van haar ervaringen met dementerende zorgvragers in verschillende verpleeghuizen. Het is vlot geschreven en gemakkelijk te lezen, ook als je geen directe link hebt met dementie en zorg in het verpleeghuis hebben (...)'
Er is overigens nieuws: naar aanleiding van het boek is Jolanda de Mooij uitgenodigd om deel te nemen aan een aantal gesprekken in de Tweede Kamer met specialisten Zorg uit alle fracties. Een paar aanbevelingen die zij deed zijn inmiddels overgenomen door de Tweede Kamer!
Jolanda de Mooij was eerder ook te gast in Een Vandaag.
vrijdag 14 januari 2011
Als een marmot in Morpheus' armen
Ik vraag me wel eens af wanneer 'slapen als een baby' als uitdrukking gemeengoed gaat worden. Hoewel niet iedere kersverse ouder het ermee eens zal zijn, ligt deze uitdrukking (die vooral in het Engels vaak gebruikt wordt - 'sleep like a baby'), toch wat meer voor de hand dan het Nederlandse 'slapen als een roos'. Want hoezo, roos? Slaapt deze bloem soms vaster dan een anjer of een lelie? Nou ja, het heeft wel te máken met baby's en kinderen (zie dbnl), vanwege de rode blosjes die zij in hun slaap op de wangen hebben.
Zelf voel ik meer voor de iets minder gebruikelijke uitdrukking 'slapen als een marmot'; een uitdrukking die in het Frans wél meestal gebruikt wordt ('dormir comme un loir'). Hoe ouder ik word, hoe onnatuurlijker ik het vind om in hartje winter om half zeven op te staan; een winterslaap à la die van de marmot zou ik wel zien zitten.
Wat trouwens ook zo'n prachtige uitdrukking is: être dans les bras de Morphée/in de armen van Morpheus liggen, oftewel: in een diepe slaap verzonken zijn. (Morpheus was de Griekse god van de dromen.) Deze uitdrukking wordt in Frankrijk, en ook wel in België, redelijk vaak gebruikt - in Nederland heb ik 'm nog maar zelden gehoord. Misschien iets te poëtisch voor de nuchtere Hollanders?
Ik stel een nieuwe uitdrukking voor, en laten we het dan meteen maar goed doen: slapen als een marmot in Morpheus' armen.
slapen als een roos/marmot/os/blok - sleep like a baby/log - dormir comme un loir/une souche (boomstronk) - schlafen wie ein Baby/Bär/Murmeltier (marmot)/Stein - dormire come una marmota/un tasso (das)
in Morpheus' armen - in the arms of Morpheus - dans les bras de Morphée - in Morpheus' Armen
zondag 26 december 2010
Quiz: wat betekent het Vlaamse barchoc?
Even een testje (Vlamingen doen niet mee).1. Wat betekent 'hij demarreerde in tweede vitesse':
a. hij deed een tweede poging om te ontsnappen
b. hij reed weg in de tweede versnelling
c. hij ging naar de tweede wedstijd van Vitesse
2.Wat is een 'barchoc'?
a. een 'chocolate bar', dus een stuk chocolade
b. een striptease-bar
c. een bumper
Antwoorden
1. Winter 2010: vanwege de gladheid op de wegen is het beter om in tweede vitesse te demarreren. Antwoord b is dus goed.
2. Antwoord c is goed (zie hieronder).
Het is bekend dat het Vlaams veel woorden bevat die uit het Frans afkomstig zijn. Voor de Vlaamse autoterminologie geldt dit des te meer (vaak gaat het hier om spreektaal). Kijk maar naar het volgende lijstje:
- amortisseur - schokdemper
- ba(a)rchoc/barsok/barsjok (spreektaal) - bumper (Fr. pare-chocs, 'schokbreker')
- batterij - accu (fr. batterie; het woord accu wordt door Vlamingen echter ook vaak gebruikt)
- camion (spreektaal) - vrachtwagen
- camionette (spreektaal) - soort bestelbusje (in het Fr. overigens met dubbel n geschreven)
- chappement (spreektaal) - knalpot, geluidsdemper (Fr.: (pot d')échappement)
- clignoteur - richtingaanwijzer ('clignoteur' wordt in Nederland echter ook wel gebruikt en in het Vlaams wordt een richtingaanwijzer ook wel 'pinker' genoemd)
- demarreren - wegrijden (Fr.: démarrer)
- embraillage - koppeling(smechanisme) (in het Fr. echter 'embrayage' gespeld)
- garagist - garagehouder (fr. garagiste; 'garagist' is overigens standaardtaal, maar het woord wordt wel hoofdzakelijk in België gebruikt)
- gardeboe (spreektaal) - spatbord (Fr.: garde-boue ('slijkweerder'))
- jante/zjant - velg (Fr.: jante)
- remork (spreektaal) - aanhangwagen (Fr.: remorque)
- rond punt - rotonde (Fr.: rond point)
- vitesse - versnelling (Fr. vitesse: snelheid)
En hier nog wat aan de automobiel gerelateerde woorden die we in Nederland anders noemen:
- autostrade - (auto)snelweg
- (achteruit)bollen - (achteruit)rijden, -rollen
- koffer - kofferbak
- mobilhome - camper
- naft - benzine
- pechstrook - vluchtstrook
Enne ... als je na de kerstdagen weer de autostrade op moet, dan hoop ik dat het wat avanceert (dat het vooruitgaat/opschiet).
zaterdag 4 december 2010
Ot en Sien en Zwarte Piet
Hoewel er discussie is over het feit of het woord ‘neger’ nu wel of niet een beladen aanduiding is voor mensen met een donkere huidskleur (zie de Wiki-artikels Neger en Negerzoen), durf ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te stellen dat dit woord niet meer in hedendaagse (kinder)boeken te vinden is. Hoe anders was dat in vroeger tijden.Uit ‘Een grote verrassing voor Pinkeltje’ (1975):
“We zijn nu al helemaal over België en over Frankrijk gevlogen. Als we nu nog over de Middellandse Zee vliegen, zijn we in Afrika, bij de negers en bij de apen.” “Wonen er alleen negers in Afrika, Kuifje?”, vroeg Paulineke. “O neen,” zei de vogel, er wonen in Afrika ook nog een heleboel blanke mensen, maar die wonen meestal vlak bij zee, want verderop in Afrika is het heel erg warm en daar kunnen blanke mensen niet leven.”
Tenenkrommender is de volgende tekst:
Uit Ot en Sien (1911, opnieuw uitgegeven in 1984):
Ze springen en zingen van Mariannetje. Maar moeder zegt: “’t Moet eigenlijk Moriaantje zijn. Moriaantje zo zwart als roet.” (...) Want een Moriaantje is een negertje. En een negerkindje is een zwart kindje.”
Een zwart kindje? Daar begrijpen Trui en Ot en Sien niets van.
”De negers,” zegt moeder, “wonen in een land hier heel ver vandaan. Ze zijn zwart. De vaders, de moeders, de kinderen, allemaal zijn ze zwart.”
“Wat vies,” zegt Trui. “Waarom wassen ze zich dan niet?”
“Ze zijn niet vuil, maar hun vel is zwart. Ze hebben een zwart gezicht en zwarte handen. En ook zwarte benen en armen. En een zwart lijf. Helemaal zwart zijn ze. Maar toch zijn ze goed schoon. Het is in hun land heel warm. De zon schijnt er fel. Daarom hebben ze haast geen kleren aan. Ze lopen bijna naakt. Vaak hebben ze niets aan.”
Niks aan?! Helemaal niks?! Trui, Ot en Sien moeten er om lachen. Niks aan! Ze zouden het best willen! ’t Zou leuk zijn!
“Maar ook wel koud,” zegt Trui, “He, zo naakt, zo naakt als .... als ....”
“Als een slak,” zegt Ot. “En die is ook zwart. Dat is ook een neger.”
Het volgende avontuur van Ot en Sien, ‘Nog een neger’, waarin Ot met zwarte verf aan de slag gaat, zal ik jullie besparen ...
Fijne sinterklaas!
Zie ook: Zwartjes met botjes: Vlaamse-irritaaltop-20 (2)
zondag 28 november 2010
Witlo(o)f with love
Je kunt mij, zeker bij deze temperaturen, niet blijer maken dan met een heerlijke andijviestamppot of met gekaramelliseerd witlof (Vlaams: witloof). Trouwens, een ovenschotel met witlof, ham en kaas is ook niet te versmaden ... Het is niet zo gek dat ik beide, wat bittere groenten zo lekker vind, want deze zijn nauw aan elkaar verwant: ze behoren tot de cichoreiachtigen.
De verwantschap komt ook tot uiting in de Franse taal: in Frankrijk worden zowel witlof als andijvie 'endive(s)' genoemd. Om ze uit elkaar te houden, heet witlof daar ook wel 'chicorées witloof'. Als je echter in Franstalig België of in het noordoosten van Frankrijk naar witlof vraagt, spreek dan over 'chicons'!
En hoe zat het ook alweer met de benaming Brussels lof? Wel, het was een Brusselse hovenier, Frans Breziers, die in 1850-1851 de witloof heeft uitgevonden:
Hij ontdekte dat duisternis, warmte en vochtigheid onontbeerlijk waren voor witlof. De witte bladeren ontstaan doordat het licht de plant niet kan bereiken. Zonder daglicht produceert de plant geen chlorofyl, de groene kleurstof. Het 'wit loof' werd voor het eerst in 1867 op de Brusselse markt verkocht en in de Parijse Hallen in 1883. Mede door het succes van de groente gingen steeds meer landbouwers rond Brussel en Leuven over tot witlofteelt. In de eerste helft van vorige eeuw zorgde dat 'witte goud' zelfs voor een grote agrarische rijkdom. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten Brabantse boeren naar Noord-Frankrijk. Zij hebben de teelt daar ingevoerd. De teelt is maar vrij recent in Nederland op grote schaal aanwezig: vanaf 1970!
Weetje: in België wordt jaarlijks gemiddeld 7 kilogram witlof per persoon gegeten; in Nederland gemiddeld 3,2 kilogram.
(Bron en lees meer op http://nl.wikipedia.org/wiki/Witlof)
Recept voor gekaramelliseerd witlof
donderdag 11 november 2010
Een heel verschil (Margriet Hermans en Robert Long)
Wij zeggen laarzen, de Belg noemt dat botten.
Wij zeggen gekken en zij zeggen zotten.
Laarzen, botten, gekken, zotten …
Da's toch een heel verschil?
Holland zegt bijstand en België doppen.
Zij zeggen tassen en wij zeggen koppen.
Bijstand, doppen, tassen, koppen …
Da's toch een heel verschil?
En toch! Spreken we al eeuwenlang dezelfde taal.
En och! Eigenlijk is het verschil geen hinderpaal. (Precies!)
Dus hoor jij liever botten, dan zeg ik wel botten.
En ik zeg wel gekken … welnee zeg maar zotten.
Het verschil is eigenlijk nihil.
’t Gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta!
Als dat geen peen is … nee dat is een wortel.
En dit is cement … oh, bij ons heet dat mortel.
Peen of wortel, cement of mortel …
Da's toch een heel verschil?
Jij noemt iets mooi … terwijl jij dan weer schoon zegt.
En jij spreekt van wedde … waar jij dan weer loon zegt.
Mooi of schoon, wedde of loon …
Da's toch een heel verschil?
En toch! Spreken we al eeuwenlang dezelfde taal.
En och! Eigenlijk is het verschil alleen fiscaal.
Dus hoor jij liever botten, dan zeg ik wel botten.
En ik zeg wel gekken … zeg jij nou maar zotten.
Het verschil is eigenlijk nihil.
’t Gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta!
Wij zeggen laarzen … en wij zeggen botten.
Wij zeggen gekken … en wij zeggen zotten.
Laarzen, botten, gekken, zotten …
Da's toch een heel verschil?
Wij zeggen bijstand … bij ons heet dat doppen.
Wij zeggen tassen … en wij zeggen koppen.
Bijstand, doppen, tassen, koppen …
Da's toch een heel verschil?
Hoewel! ’t Verschil is als je ’t goed bekijkt maar minimaal.
Hoewel? Nou? We wonnen toch wel heel erg vaak bij ‘Tien voor Taal’.
Zeg, wil jij een patatje … ik lust wel een frietje.
Ik weet wel een frietkot … een snackbar, Margrietje.
En ik betaal … da's niet normaal!
Het gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta …
ALS … ik je maar versta!
Met dank aan Tomas, die me op dit lied opmerkzaam maakte.
vrijdag 5 november 2010
De mosselman uit China en Japan
Grappig om mijn punt 'Vlamingen wíllen helemaal niet bij Nederland horen' weer eens bevestigd te zien, ditmaal door Eef Lanoye. In het Vlaamse blad Humo zegt de in Nederland wonende nicht van Tom: "Als ze hier in Nederland daarover beginnen, zeg ik meteen: 'Ja dááág, wij willen echt niet bij Nederland.'" En: "Bij de grens Nederland-België begint Zuid-Europa." En zo is het.Het lijkt soms zelfs alsof Vlamingen meer met het Verre Oosten hebben dan met Nederland, gezien een aantal uitdrukkingen:
- Vlamingen worden wel eens de 'Japanners van het Westen' genoemd. (Dit is slechts één van de vele verschillen tussen België en Nederland: ondanks hun koopmansgeest staan Nederlanders niet direct bekend als keiharde werkers.)
- Onze zuiderburen zeggen: 'Met alle Chinezen, maar niet met den dezen' als zij bedoelen: 'Ik ben wel goed, maar niet gek'.
- Gisteren pas hoorde ik van de Vlaamse uitdrukking 'Chinese vrijwilliger'.
Wikipedia leert mij het volgende:
Een Chinese vrijwilliger is een Vlaamse uitdrukking voor iemand die verplicht wordt om een vervelende taak op zich te nemen. De oorspronkelijke betekenis komt met grote waarschijnlijkheid van de Koreaanse Oorlog (1950-1953), waar zowel Belgen als Nederlanders meevochten. De letterlijke betekenis is dus 'een Chinees soldaat ten tijde van de Koreaanse oorlog'. Aangezien het voor China belangrijk was om de communistische vrienden van Noord-Korea te steunen, spreekt het voor zich dat maar weinig van die vrijwilligers echt 'vrijwillig' waren. Vandaar wellicht de betekenis die vandaag de dag in Vlaanderen gebruikt wordt.
- En dan nog dit: de oer-Hollandse mosselman uit het kinderliedje 'Zeg ken jij de mosselman' komt volgens Vlamingen niet uit Scheveningen, maar uit ... China en Japan. Toegegeven: dit rijmt in ieder geval en ook het metrum is beter, maar het doet me toch een beetje pijn. Alleen al om dit liedje lijkt een gemeenschappelijke Vlaams-Nederlandse cultuur ver weg.
Overigens komt de mosselman ook niet uit Scheveningen, maar uit Yerseke (voor de Vlamingen, spreek uit: Ierseke met de klemtoon op 'Ier' en dan verder als 'Janneke'). Daar staat althans het beeld op de foto.
woensdag 3 november 2010
Vlees noch vis (in de microgolf) (2)
In Vlees noch vis (in de microgolf) (1) schreef ik dat ik als Nederlandse soms Vlaamse zinswendingen en uitdrukkingen blijk te gebruiken, terwijl ik daarvan echt geen weet heb. Ze klinken mij heel vertrouwd in de oren. Het duurde even, maar inmiddels kan ik wat voorbeelden noemen:- “Die kan het goed uitleggen”. Betekenis (ongeveer): “Die heeft een vlotte babbel/kan mensen goed overtuigen”. Kan ook een beetje negatief bedoeld zijn: “Die heeft praatjes”.
- “Dat ziet er een lieve uit” in plaats van: “Dat lijkt me een lieve man/vrouw”.
- “We gaan eens een tandje bij steken”. Betekenis: “We gaan er nu eens even goed tegenaan”. (Natuurlijk wordt hier de tand van een tandwiel/versnelling bedoeld ...)
- “Die is nogal wat tegengekomen in zijn leven” of “Wat ik net ben tegengekomen ...”: “Die heeft nogal wat meegemaakt in zijn leven”, respectievelijk “Wat me zojuist is overkomen ...”
- “Het is nu gedaan hè!” in plaats van: “En nu is het afgelopen!”
Lezer Bart, een Nederlander die in België woont, kampt wel eens met hetzelfde probleem. Onder Nederlanders zei hij, waarbij hij op volslagen onbegrip stuitte:
- “Die heeft nogal wat stoten uitgehaald!”
Opnieuw iets wat mij volkomen normaal in de oren klinkt. Het betekent: “Die heeft nogal wat strafs uitgehaald” ... eh ... “Die heeft nogal wat geflikt”.
En dan nog wat voor mij gevaarlijke woorden:
- opendeurdag zeggen in plaats van open dag of open huis;
- het woord ‘serieus’ gebruiken in bijvoorbeeld ‘een serieuze strafvermindering’, waar we in Nederland zouden zeggen ‘een forse strafvermindering’;
- zomeruur/winteruur in plaats van zomertijd/wintertijd;
- microgolf in plaats van magnetron.
maandag 11 oktober 2010
Jij hebt ze natuurlijk ook!
Heb jij ze ook? Vage kennissen die desalniettemin denken dat je hun hele levensgeschiedenis van naaldje tot draadje kent. Hoe zij herkenbaar zijn? Zij laten te pas en te onpas het woordje 'natuurlijk' vallen, daarbij suggererend dat jij als toehoorder natúúrlijk van het gestelde op de hoogte bent. Een voorbeeld: "Ja, want de moeder van mijn man is natuurlijk vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm, dus het zit er dik in dat hij hetzelfde moet ondergaan." Wat ik me dan dus afvraag: is zo iemand er echt van overtuigd dat zij mij dit al heeft verteld (terwijl ik zéker weet van niet)? Of probeert zij er door middel van het woordje 'natuurlijk' naar te vissen of ze het mij al eens heeft verteld? "Mijn schoonmoeder is natuurlijk vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm." "Hè? Wat? Is jouw schoonmoeder vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm?" "Oh, had ik dat nog niet verteld dan? Ja joh ..." Etc. etc.
Dit laatste werkt bij mij in ieder geval niet, want ik laat zo iemand natuurlijk gewoon eh ... uitpraten.
zaterdag 9 oktober 2010
карандаш/Caran d'Ache
Ik vroeg me laatst af wat nu het precieze verband is tussen het Russische woord voor potlood, карандаш (karandasj), en het beroemde Zwitserse bedrijf Caran d'Ache (je weet wel, van de kleurpotloden).Is Caran d'Ache nu naar het Russische karandasj genoemd, of noemen de Russen hun potlood naar deze producent van Swiss made schrijf- en tekengerei? Zo'n gekke aanname is dit laatste niet, voor iemand die verder geen Russisch kent. Immers, de Vlamingen hebben het ook over een 'Bic' als ze een balpen bedoelen: naar pennenfabrikant 'BIC'.
Op naar Wikipedia en de Caran d'Ache-site dus. Blijkt dat de firma Caran d'Ache genoemd is naar het pseudoniem van de 19e-eeuwse Franse satirische en politieke tekenaar Emmanuel Poiré, die uit Rusland geëmigreerd was. Zouden Emmanuel Poiré of de oprichter van Caran d'Ache, Arnold Schweitzer, wel geweten hebben waar het woord 'karandasj' oorspronkelijk vandaan komt, zo vraagt men zich op de Caran d'Ache-website af. Want dit komt van het Turkse 'kara tasj', dat 'zwarte steen' betekent: inderdaad, het grafiet in potloden ...
NB Waar BIC vandaan komt? Het is de verkorte versie van de naam van de oprichter, Marcel Bich.
donderdag 30 september 2010
Vlees noch vis (in de microgolf) (1)
Soms vind ik het moeilijk om zuiver Standaardnederlands te spreken en te schrijven. Er klinkt altijd wel wat Vlaams doorheen. Dat klinkt misschien aanstellerig, maar je moet je voorstellen dat ik vanaf mijn achttiende, zowat twee decennia geleden, altijd omringd ben geweest door Vlamingen. Ik vind het juist niet altijd leuk, want bij kleine zinswendingen kan ik soms echt twijfelen of het nu Vlaams is, of Nederlands. Erg onhandig in mijn werk, waar ik toch in ieder geval Standaardnederlands zou moeten schríjven. Het gaat soms om zulke subtiele dingen, dat ik de voorbeelden hier niet eens kan aanhalen. Wel kan ik een aantal woorden bedenken die meer voor de hand liggen, en waarbij ik bijna standaard het Vlaamse woord gebruik, of die ik bijna niet anders dan op z’n Vlaams kan uitspreken: - dessert: hoewel niet typisch Vlaams, is dit woord in Nederland minder ingeburgerd dan het woord ‘toetje’ (waar ik van Vlamingen trouwens altijd commentaar op krijg, omdat het zo’n raar woord is).
- pyjama: pyjáma zeggen is voor mij buitengewoon lastig, het wordt pýzjama.
- praline: omdat het Franse en Vlaamse woord voor snoepje ‘bonbon’ is, krijg ik het Nederlandse ‘bonbon’ voor praline echt niet over mijn lippen.
- brief in de zin van ‘boodschappenlijstje’: misschien omdat het woord ‘boodschappenlijstje’ zo lang is, gebruik ik eigenlijk standaard het woord ‘brief’: “Staat de pindakaas al op de brief?”
- pennenzak in plaats van etui: vind ik eigenlijk veel mooier; ik houd van woorden die precies aangeven wat ze betekenen, zoals bijvoorbeeld ook het meer in Vlaanderen gebruikte briefomslag en de Vlaamse duimspijker voor punaise.
- een boontje hebben voor iemand (‘een zwak voor iemand hebben’): toen ik dit eens argeloos op mijn werk zei, klonk deze uitdrukking mij volkomen vertrouwd in de oren. Tot ik niet-begrijpend werd aangekeken...
- schoonbroer: het is toch logischer om het over je schoonzus en je schoonbroer te hebben, dan over je schoonzus en je zwager?
vrijdag 17 september 2010
Maan, roos, vis, bamzaaien?
De onderstaande woorden kende ik tot voor kort niet. Kan ik me hier nog uit redden met de uitdrukking 'hoe meer je weet, hoe minder je weet'? Of zegt het gewoon iets over mij? Ik ben namelijk niet (zo) alternatief, niet technisch aangelegd en ook geen kroegtype:
daslook
Wikipedia: plant uit de lookfamilie. Het is een vrij zeldzame soort in België en Nederland. De soort is in Nederland wettelijk beschermd.
Heb ik al drieënhalf decennium níet van die plant gehoord, kom ik hem opeens overal tegen. Het begon ermee dat we heilzame daslookdruppeltjes aangeraden kregen door familie (ahum, Belgische familie natuurlijk, gezien het voorgaande). Vervolgens kom ik op een natuurfototentoonstelling een foto tegen van een heel daslookbos in Brussel. En wat zag ik gisteren toen ik heel toevallig in de natuurwinkel was? Daslook-braadfilets (met 'daslookpesto'). Zit er nu iemand met mijn voeten te spelen, of wat? Of toeval nu bestaat of niet, toevallig is het wel.
dongel
Een of ander ding om mobiel te kunnen internetten.
KPN heeft naar het schijnt al een paar jaar geleden reclame gemaakt voor zijn dongel, maar aangezien ik zelden de tv aan heb, is dit volkomen langs mij heen gegaan.
dood zijn/doodslaan van bier
Wordt gezegd van bier waarvan het schuim weg is/wegtrekt, wat veroorzaakt wordt door vette glazen of door een te lage temperatuur van het biertje. Gek genoeg niet in Van Dale te vinden (wel 'dode olie': olie zonder gas).
bamzaaien
Van Dale: 'lucifertje trekken'; loten door het aantal knopen, lucifers dat iem. in een gesloten hand heeft te raden of door uit een aantal op verschillende lengte afgebroken lucifers de langste of de kortste te trekken. [na 1950, van de Japanse gelukswens aan de keizer banzai, of Jiddisch, baam zajen (bij de staart)].
Schijnt een typisch kroegspel te zijn. Nooit van gehoord, blijkt het in groep 3 op een opdrachtblad te staan. Een kleine rondgang in mijn vriendenkring leert dat ik bepaald niet de enige ben, die dit woord niet kent. Ik vind het vreemd dat uitgerekend zo'n woord in groep 3 gebruikt wordt, ik zal Zwijsen hier nog eens over aanspreken. (Het taalonderricht in het basisonderwijs is trouwens een aparte blog waard: hebben jullie enig idee wat 'plaagwoordjes' zijn?)
Het filmpje 'Bamzaaien' van Jacobse en Van Es is op YouTube 15.000 keer aangeklikt, dus zo veel mensen kennen het in ieder geval wél:
daslook
Wikipedia: plant uit de lookfamilie. Het is een vrij zeldzame soort in België en Nederland. De soort is in Nederland wettelijk beschermd.
Heb ik al drieënhalf decennium níet van die plant gehoord, kom ik hem opeens overal tegen. Het begon ermee dat we heilzame daslookdruppeltjes aangeraden kregen door familie (ahum, Belgische familie natuurlijk, gezien het voorgaande). Vervolgens kom ik op een natuurfototentoonstelling een foto tegen van een heel daslookbos in Brussel. En wat zag ik gisteren toen ik heel toevallig in de natuurwinkel was? Daslook-braadfilets (met 'daslookpesto'). Zit er nu iemand met mijn voeten te spelen, of wat? Of toeval nu bestaat of niet, toevallig is het wel.
dongel
Een of ander ding om mobiel te kunnen internetten.
KPN heeft naar het schijnt al een paar jaar geleden reclame gemaakt voor zijn dongel, maar aangezien ik zelden de tv aan heb, is dit volkomen langs mij heen gegaan.
dood zijn/doodslaan van bier
Wordt gezegd van bier waarvan het schuim weg is/wegtrekt, wat veroorzaakt wordt door vette glazen of door een te lage temperatuur van het biertje. Gek genoeg niet in Van Dale te vinden (wel 'dode olie': olie zonder gas).
bamzaaien
Van Dale: 'lucifertje trekken'; loten door het aantal knopen, lucifers dat iem. in een gesloten hand heeft te raden of door uit een aantal op verschillende lengte afgebroken lucifers de langste of de kortste te trekken. [na 1950, van de Japanse gelukswens aan de keizer banzai, of Jiddisch, baam zajen (bij de staart)].
Schijnt een typisch kroegspel te zijn. Nooit van gehoord, blijkt het in groep 3 op een opdrachtblad te staan. Een kleine rondgang in mijn vriendenkring leert dat ik bepaald niet de enige ben, die dit woord niet kent. Ik vind het vreemd dat uitgerekend zo'n woord in groep 3 gebruikt wordt, ik zal Zwijsen hier nog eens over aanspreken. (Het taalonderricht in het basisonderwijs is trouwens een aparte blog waard: hebben jullie enig idee wat 'plaagwoordjes' zijn?)
Het filmpje 'Bamzaaien' van Jacobse en Van Es is op YouTube 15.000 keer aangeklikt, dus zo veel mensen kennen het in ieder geval wél:
zondag 12 september 2010
De taal van een subcultuur: kwart voor de kwetter
Noem mij gerust een freak, maar net als wiskundigen kicken op de duizelingwekkende oneindigheid van het getal pi, kick ik op het idee dat een zin die ik uitspreek, zéker nog nooit door iemand anders is gezegd. Bijvoorbeeld: 'de langzame blauwe olifant springt over de ijverige mier'. Dit is trouwens niet helemaal uit de lucht gegrepen: ik kan me nog een college over taalwetenschap herinneren, waar de oneindigheid van het aantal te vormen zinnen aan de orde kwam. Bijna evenveel charme heeft het gegeven, dat slechts een handvol mensen ooit bepaalde woorden en uitdrukkingen (in een bepaalde betekenis) hebben gebruikt. Ik doel nu op het selecte clubje Nederlandse studenten, dat van 1992-1997 de straten van Antwerpen onveilig maakte.
Die periode kort voor het nieuwe millennium kun je omschrijven als de zorgeloosheid en de meligheid ten top. We waren een beetje op elkaar aangewezen, zoals dat heet. Je zult mij nooit horen verkondigen dat buitenlanders te veel samentroepen, want ik weet precies hoe dat gaat: ook wij Nederlanders klitten (O.V.T. en T.T.) behoorlijk samen. En dan krijg je dus een subcultuur met een apart taalgebruik.
Allereerst was daar de vreemde mengvorm van Nederlands en Vlaams. Onder invloed van de (Vlaamse) prof Nederlands, die de klank 'ie' stelselmatig verving door 'i', praatten wij voortaan alleen nog maar zo: "Mevrouw Van Vlit gaat op de fits naar de bib en dan door naar het fritkot". Je ging nooit meer terug naar huis, maar altijd naar je woonst. En zo kan ik qua Vlaamse woorden natuurlijk nog wel even doorgaan.
Er waren ook de woorden waar wij een aparte draai aan gaven. Een beetje zoals het tegenwoordig in de mode is om het te hebben over een brommert of de kappert, woorden waar je, kortom, een beetje om moet gniffelen. Zo waren we regelmatig in de 'wasserie' te vinden (wat beslist niet het Vlaamse woord voor wasserette is). Als rasechte Hollanders bezigden we het woord gezellig nog méér dan het in Nederland zelf gebruikt werd, maar dan verbasterd tot 'gezwellie'. (Ik zie nu op internet dat het bestaat, maar volgens mij hebben wij dat woord uitgevonden!)
Eveneens op een obsessieve manier gebruikten we het woord 'blij' in zinnen als: "Wat een blije rok heb je aan!", maar ook als uitroep op deze manier: "Dus je gaat mee naar dat feest? Blij!" Dit laatste werd ook wel vervangen door "Rennie anijs!" (Very nice.) Als iets matig leuk werd gevonden, werd het woord blij verdriedubbeld, waarbij een gemaakt blij, maar eigenlijk verveeld gezicht werd getrokken.
Onze wereld werd bevolkt door de meest kleurrijke en vreemdsoortige personen met namen die alleen wij nog kunnen duiden: Het Kuiken, Vrouwtje Appelwang, Madame Foulard, Fru Dansk, de Sloep, de tut van de Belegstraat en 'Ieieieieieie'. ( Deze laatste persoon werd zo genoemd vanwege zijn overeenkomstige stemgeluid.) 'Annelies en haar tolktafels' sloeg op een wel heel ijverige tolkstudente. Zij had op haar kot niet één, maar meerdere tafels in allerlei formaten ingericht om haar tolkopdrachten te kunnen doen. En dan was er nog de Antwerpse huisdokter, wiens bijschijnlicht in onze verhalen welhaast reusachtige proporties had aangenomen, en daarom 'Dokter B. met zijn mijnwerkerslamp' werd genoemd.
Maar het allermooiste was de unieke uitdrukking ‘kwart voor de kwetter’ of ‘kwart over de kwetter’. Het sloeg helemaal nergens op, maar we bedoelden ermee: kwart voor of kwart over een niet nader bepaald uur.
dinsdag 31 augustus 2010
Fillon? Fion? Vion? Fignon!
Een prachtvoorbeeld van de gebrekkige uitspraak van het Frans in Nederland. Beste nieuwspresentator, de naam Fignon spreek je niet uit als Fion, maar als Fienjon. Hierbij wordt de 'nj' uitgesproken zoals in het Nederlandse 'oranje'. (Dus niet Fien-jon zeggen!) 'On' wordt natuurlijk op de bekende nasale manier uitgesproken, maar dat deed ie geloof ik wél goed.
Over oranje gesproken: ik weet zéker dat jij, Nederlander, in Frankrijk 'jus d'orange' zegt, als je een jus d'orange bestelt. Je kúnt het dus wel. Waarom spreek je het in Nederland dan uit als sudderans?
Zie ook mijn vorige blog De cordon blue van Gordon.
zondag 22 augustus 2010
De cordon blue van Gordon
Lieve schrijvende Nederlanders, ik heb een klein oproepje voor jullie. Als jullie nu met z'n allen eens één Frans woordje goed leren schrijven? Un tout petit mot? Omdat dat ook het enige Franse woord is dat jullie in de geschreven pers gebruiken, gaat het Franse taalgebruik in de Nederlandse media dan meteen met 100% vooruit! Klinkt goed, niet?
Oké, daar gaan we dan. Het Franse woord voor blauw is bleu. Met e-u. Dus niet blue, met u-e. Dat is Engels. Dus, beste dvd-recensent: de beroemde film van Luc Besson heet 'Le Grand Bleu', en niet 'Le Grand Blue'. Hij is wel in het Engels vertaald als 'The Big Blue', vandaar misschien de verwarring. En aan alle supermarktmedewerkers van Nederland: het is dus cordon bleu, en niet cordon blue. Overigens is het ook niet 'gordon blue'. Het is wel weer 'Blue Band', dat is namelijk Engels. Niet Bleu Band dus.
Nou vooruit, nog eentje dan. Beste mijnheer Albèrt van Chocolaterie Albèrt in Udenhout. U adverteert in onder meer een bekende Nederlandse snoepwinkel met 'bonbons exclusives'; het staat zelfs zo in uw logo. 'Bonbon' is echter, geloof het of niet, een mannelijk woord. Het moet dus zijn: bonbons exclusifs, al begrijp ik dat 'exclusives' mooier oogt en beter klinkt.
Ik wilde hier nog een opmerking maken over de schrijfwijze van de naam van de Britse band, waarvan de zanger onlangs na Pukkelpop zelfmoord pleegde. Ik zie echter dat de band het zelf ook verkeerd schrijft. 'Ou est le swimming pool', zoals het AD, maar ook de band zelf schrijft, zou eigenlijk 'Où est le swimming pool' moeten zijn. Met een accent grave op de u dus. Of liever nog: 'Où est la piscine'.
Het verheugt mij in ieder geval dat er eindelijk weer eens Franse/Franstalige liedjes op de Nederlandse radio te horen zijn en dan nog wel twee zomerhits: 'Alors on danse' van de Belgische Stromae en 'Je veux' van de Française ZAZ.
Oké, daar gaan we dan. Het Franse woord voor blauw is bleu. Met e-u. Dus niet blue, met u-e. Dat is Engels. Dus, beste dvd-recensent: de beroemde film van Luc Besson heet 'Le Grand Bleu', en niet 'Le Grand Blue'. Hij is wel in het Engels vertaald als 'The Big Blue', vandaar misschien de verwarring. En aan alle supermarktmedewerkers van Nederland: het is dus cordon bleu, en niet cordon blue. Overigens is het ook niet 'gordon blue'. Het is wel weer 'Blue Band', dat is namelijk Engels. Niet Bleu Band dus.
Nou vooruit, nog eentje dan. Beste mijnheer Albèrt van Chocolaterie Albèrt in Udenhout. U adverteert in onder meer een bekende Nederlandse snoepwinkel met 'bonbons exclusives'; het staat zelfs zo in uw logo. 'Bonbon' is echter, geloof het of niet, een mannelijk woord. Het moet dus zijn: bonbons exclusifs, al begrijp ik dat 'exclusives' mooier oogt en beter klinkt.
Ik wilde hier nog een opmerking maken over de schrijfwijze van de naam van de Britse band, waarvan de zanger onlangs na Pukkelpop zelfmoord pleegde. Ik zie echter dat de band het zelf ook verkeerd schrijft. 'Ou est le swimming pool', zoals het AD, maar ook de band zelf schrijft, zou eigenlijk 'Où est le swimming pool' moeten zijn. Met een accent grave op de u dus. Of liever nog: 'Où est la piscine'.
Het verheugt mij in ieder geval dat er eindelijk weer eens Franse/Franstalige liedjes op de Nederlandse radio te horen zijn en dan nog wel twee zomerhits: 'Alors on danse' van de Belgische Stromae en 'Je veux' van de Française ZAZ.
zondag 15 augustus 2010
Den draad
Twee Belgen en een Nederlander lopen langs een bouwwerf, alwaar men een bobijn aan het afwikkelen is. Zegt de ene Belg lachend tegen de andere: "Den draad hè". En de andere Belg gniffelend tegen de ene: "Jaja, den draad!". De Nederlander begrijpt er niets van. De Belgen: "Allez gij, kende gij den dráád niet?" Voor alle Nederlanders die 'den draad' ook niet kennen, volgt nu de legendarische sketch uit het Vlaamse nep-realityprogramma 'In de gloria':
Abonneren op:
Posts (Atom)


