zaterdag 9 oktober 2010

карандаш/Caran d'Ache

Ik vroeg me laatst af wat nu het precieze verband is tussen het Russische woord voor potlood, карандаш (karandasj), en het beroemde Zwitserse bedrijf Caran d'Ache (je weet wel, van de kleurpotloden).
Is Caran d'Ache nu naar het Russische karandasj genoemd, of noemen de Russen hun potlood naar deze producent van Swiss made schrijf- en tekengerei? Zo'n gekke aanname is dit laatste niet, voor iemand die verder geen Russisch kent. Immers, de Vlamingen hebben het ook over een 'Bic' als ze een balpen bedoelen: naar pennenfabrikant 'BIC'.
Op naar Wikipedia en de Caran d'Ache-site dus. Blijkt dat de firma Caran d'Ache genoemd is naar het pseudoniem van de 19e-eeuwse Franse satirische en politieke tekenaar Emmanuel Poiré, die uit Rusland geëmigreerd was. Zouden Emmanuel Poiré of de oprichter van Caran d'Ache, Arnold Schweitzer, wel geweten hebben waar het woord 'karandasj' oorspronkelijk vandaan komt, zo vraagt men zich op de Caran d'Ache-website af. Want dit komt van het Turkse 'kara tasj', dat 'zwarte steen' betekent: inderdaad, het grafiet in  potloden ... 

NB Waar BIC vandaan komt? Het is de verkorte versie van de naam van de oprichter, Marcel Bich.

donderdag 30 september 2010

Vlees noch vis (in de microgolf) (1)

Soms vind ik het moeilijk om zuiver Standaardnederlands te spreken en te schrijven. Er klinkt altijd wel wat Vlaams doorheen. Dat klinkt misschien aanstellerig, maar je moet je voorstellen dat ik vanaf mijn achttiende, zowat twee decennia geleden, altijd omringd ben geweest door Vlamingen. Ik vind het juist niet altijd leuk, want bij kleine zinswendingen kan ik soms echt twijfelen of het nu Vlaams is, of Nederlands. Erg onhandig in mijn werk, waar ik toch in ieder geval Standaardnederlands zou moeten schríjven. Het gaat soms om zulke subtiele dingen, dat ik de voorbeelden hier niet eens kan aanhalen. Wel kan ik een aantal woorden bedenken die meer voor de hand liggen, en waarbij ik bijna standaard het Vlaamse woord gebruik, of die ik bijna niet anders dan op z’n Vlaams kan uitspreken:

- dessert: hoewel niet typisch Vlaams, is dit woord in Nederland minder ingeburgerd dan het woord ‘toetje’ (waar ik van Vlamingen trouwens altijd commentaar op krijg, omdat het zo’n raar woord is).
- pyjama: pyjáma zeggen is voor mij buitengewoon lastig, het wordt pýzjama.
- praline: omdat het Franse en Vlaamse woord voor snoepje ‘bonbon’ is, krijg ik het Nederlandse ‘bonbon’ voor praline echt niet over mijn lippen.
- brief in de zin van ‘boodschappenlijstje’: misschien omdat het woord ‘boodschappenlijstje’ zo lang is, gebruik ik eigenlijk standaard het woord ‘brief’: “Staat de pindakaas al op de brief?”
- pennenzak in plaats van etui: vind ik eigenlijk veel mooier; ik houd van woorden die precies aangeven wat ze betekenen, zoals bijvoorbeeld ook het meer in Vlaanderen gebruikte briefomslag en de Vlaamse duimspijker voor punaise.
- een boontje hebben voor iemand (‘een zwak voor iemand hebben’): toen ik dit eens argeloos op mijn werk zei, klonk deze uitdrukking mij volkomen vertrouwd in de oren. Tot ik niet-begrijpend werd aangekeken...
- schoonbroer: het is toch logischer om het over je schoonzus en je schoonbroer te hebben, dan over je schoonzus en je zwager?

vrijdag 17 september 2010

Maan, roos, vis, bamzaaien?

De onderstaande woorden kende ik tot voor kort niet. Kan ik me hier nog uit redden met de uitdrukking 'hoe meer je weet, hoe minder je weet'? Of zegt het gewoon iets over mij? Ik ben namelijk niet (zo) alternatief, niet technisch aangelegd en ook geen kroegtype:

daslook
Wikipedia: plant uit de lookfamilie. Het is een vrij zeldzame soort in België en Nederland. De soort is in Nederland wettelijk beschermd.
Heb ik al drieënhalf decennium níet van die plant gehoord, kom ik hem opeens overal tegen. Het begon ermee dat we heilzame daslookdruppeltjes aangeraden kregen door familie (ahum, Belgische familie natuurlijk, gezien het voorgaande). Vervolgens kom ik op een natuurfototentoonstelling een foto tegen van een heel daslookbos in Brussel. En wat zag ik gisteren toen ik heel toevallig in de natuurwinkel was? Daslook-braadfilets (met 'daslookpesto'). Zit er nu iemand met mijn voeten te spelen, of wat? Of toeval nu bestaat of niet, toevallig is het wel.

dongel
Een of ander ding om mobiel te kunnen internetten.
KPN heeft naar het schijnt al een paar jaar geleden reclame gemaakt voor zijn dongel, maar aangezien ik zelden de tv aan heb, is dit volkomen langs mij heen gegaan.  

dood zijn/doodslaan van bier
Wordt gezegd van bier waarvan het schuim weg is/wegtrekt, wat veroorzaakt wordt door vette glazen of door een te lage temperatuur van het biertje. Gek genoeg niet in Van Dale te vinden (wel 'dode olie': olie zonder gas).

bamzaaien
Van Dale: 'lucifertje trekken'; loten door het aantal knopen, lucifers dat iem. in een gesloten hand heeft te raden of door uit een aantal op verschillende lengte afgebroken lucifers de langste of de kortste te trekken. [na 1950, van de Japanse gelukswens aan de keizer banzai, of Jiddisch, baam zajen (bij de staart)].
Schijnt een typisch kroegspel te zijn. Nooit van gehoord, blijkt het in groep 3 op een opdrachtblad te staan. Een kleine rondgang in mijn vriendenkring leert dat ik bepaald niet de enige ben, die dit woord niet kent. Ik vind het vreemd dat uitgerekend zo'n woord in groep 3 gebruikt wordt, ik zal Zwijsen hier nog eens over aanspreken. (Het taalonderricht in het basisonderwijs is trouwens een aparte blog waard: hebben jullie enig idee wat 'plaagwoordjes' zijn?)

Het filmpje 'Bamzaaien' van Jacobse en Van Es is op YouTube 15.000 keer aangeklikt, dus zo veel mensen kennen het in ieder geval wél:

zondag 12 september 2010

De taal van een subcultuur: kwart voor de kwetter

Noem mij gerust een freak, maar net als wiskundigen kicken op de duizelingwekkende oneindigheid van het getal pi, kick ik op het idee dat een zin die ik uitspreek, zéker nog nooit door iemand anders is gezegd. Bijvoorbeeld: 'de langzame blauwe olifant springt over de ijverige mier'. Dit is trouwens niet helemaal uit de lucht gegrepen: ik kan me nog een college over taalwetenschap herinneren, waar de oneindigheid van het aantal te vormen zinnen aan de orde kwam.
Bijna evenveel charme heeft het gegeven, dat slechts een handvol mensen ooit bepaalde woorden en uitdrukkingen (in een bepaalde betekenis) hebben gebruikt. Ik doel nu op het selecte clubje Nederlandse studenten, dat van 1992-1997 de straten van Antwerpen onveilig maakte.

Die periode kort voor het nieuwe millennium kun je omschrijven als de zorgeloosheid en de meligheid ten top. We waren een beetje op elkaar aangewezen, zoals dat heet. Je zult mij nooit horen verkondigen dat buitenlanders te veel samentroepen, want ik weet precies hoe dat gaat: ook wij Nederlanders klitten (O.V.T. en T.T.) behoorlijk samen. En dan krijg je dus een subcultuur met een apart taalgebruik.

Allereerst was daar de vreemde mengvorm van Nederlands en Vlaams. Onder invloed van de (Vlaamse) prof Nederlands, die de klank 'ie' stelselmatig verving door 'i', praatten wij voortaan alleen nog maar zo: "Mevrouw Van Vlit gaat op de fits naar de bib en dan door naar het fritkot". Je ging nooit meer terug naar huis, maar altijd naar je woonst. En zo kan ik qua Vlaamse woorden natuurlijk nog wel even doorgaan.

Er waren ook de woorden waar wij een aparte draai aan gaven. Een beetje zoals het tegenwoordig in de mode is om het te hebben over een brommert of de kappert, woorden waar je, kortom, een beetje om moet gniffelen. Zo waren we regelmatig in de 'wasserie' te vinden (wat beslist niet het Vlaamse woord voor wasserette is). Als rasechte Hollanders bezigden we het woord gezellig nog méér dan het in Nederland zelf gebruikt werd, maar dan verbasterd tot 'gezwellie'. (Ik zie nu op internet dat het bestaat, maar volgens mij hebben wij dat woord uitgevonden!)

Eveneens op een obsessieve manier gebruikten we het woord 'blij' in zinnen als: "Wat een blije rok heb je aan!", maar ook als uitroep op deze manier: "Dus je gaat mee naar dat feest? Blij!" Dit laatste werd ook wel vervangen door "Rennie anijs!" (Very nice.) Als iets matig leuk werd gevonden, werd het woord blij verdriedubbeld, waarbij een gemaakt blij, maar eigenlijk verveeld gezicht werd getrokken.

Onze wereld werd bevolkt door de meest kleurrijke en vreemdsoortige personen met namen die alleen wij nog kunnen duiden: Het Kuiken, Vrouwtje Appelwang, Madame Foulard, Fru Dansk, de Sloep, de tut van de Belegstraat en 'Ieieieieieie'. ( Deze laatste persoon werd zo genoemd vanwege zijn overeenkomstige stemgeluid.) 'Annelies en haar tolktafels' sloeg op een wel heel ijverige tolkstudente. Zij had op haar kot niet één, maar meerdere tafels in allerlei formaten ingericht om haar tolkopdrachten te kunnen doen. En dan was er nog de Antwerpse huisdokter, wiens bijschijnlicht in onze verhalen welhaast reusachtige proporties had aangenomen, en daarom 'Dokter B. met zijn mijnwerkerslamp' werd genoemd.

Maar het allermooiste was de unieke uitdrukking ‘kwart voor de kwetter’ of  ‘kwart over de kwetter’. Het sloeg helemaal nergens op, maar we bedoelden ermee: kwart voor of kwart over een niet nader bepaald uur.

dinsdag 31 augustus 2010

Fillon? Fion? Vion? Fignon!

Wat? De Franse premier dood? Dat dacht ik vanmiddag toen ik in een flits op de autoradio hoorde dat Laurent Fillon overleden was. Maar wacht eens even: hij heet François, die premier. Dan moet het toch iemand anders zijn. Laurent Fillon dus. De naam deed bij mij geen belletje rinkelen. Kijk ik net op internet, blijkt het de oud-wielrenner Laurent Fignon te zijn.
Een prachtvoorbeeld van de gebrekkige uitspraak van het Frans in Nederland.  Beste nieuwspresentator, de naam Fignon spreek je niet uit als Fion, maar als Fienjon. Hierbij wordt de 'nj' uitgesproken zoals in het Nederlandse 'oranje'. (Dus niet Fien-jon zeggen!) 'On' wordt natuurlijk op de bekende nasale manier uitgesproken, maar dat deed ie geloof ik wél goed.
Over oranje gesproken: ik weet zéker dat jij, Nederlander, in Frankrijk 'jus d'orange' zegt, als je een jus d'orange bestelt. Je kúnt het dus wel. Waarom spreek je het in Nederland dan uit als sudderans?

Zie ook mijn vorige blog De cordon blue van Gordon.

zondag 22 augustus 2010

De cordon blue van Gordon

Lieve schrijvende Nederlanders, ik heb een klein oproepje voor jullie. Als jullie nu met z'n allen eens één Frans woordje goed leren schrijven? Un tout petit mot? Omdat dat ook het enige Franse woord is dat jullie in de geschreven pers gebruiken, gaat het Franse taalgebruik in de Nederlandse media dan meteen met 100% vooruit! Klinkt goed, niet?
Oké, daar gaan we dan. Het Franse woord voor blauw is bleu. Met e-u. Dus niet blue, met u-e. Dat is Engels. Dus, beste dvd-recensent: de beroemde film van Luc Besson heet 'Le Grand Bleu', en niet 'Le Grand Blue'. Hij is wel in het Engels vertaald als 'The Big Blue', vandaar misschien de verwarring. En aan alle supermarktmedewerkers van Nederland: het is dus cordon bleu, en niet cordon blue. Overigens is het ook niet 'gordon blue'. Het is wel weer 'Blue Band', dat is namelijk Engels. Niet Bleu Band dus.
Nou vooruit, nog eentje dan. Beste mijnheer Albèrt van Chocolaterie Albèrt in Udenhout. U adverteert in onder meer een bekende Nederlandse snoepwinkel met 'bonbons exclusives'; het staat zelfs zo in uw logo. 'Bonbon' is echter, geloof het of niet, een mannelijk woord. Het moet dus zijn: bonbons exclusifs, al begrijp ik dat 'exclusives' mooier oogt en beter klinkt.
Ik wilde hier nog een opmerking maken over de schrijfwijze van de naam van de Britse band, waarvan de zanger onlangs na Pukkelpop zelfmoord pleegde. Ik zie echter dat de band het zelf ook verkeerd schrijft. 'Ou est le swimming pool', zoals het AD, maar ook de band zelf schrijft, zou eigenlijk 'Où est le swimming pool' moeten zijn. Met een accent grave op de u dus. Of liever nog: 'Où est la piscine'.
Het verheugt mij in ieder geval dat er eindelijk weer eens Franse/Franstalige liedjes op de Nederlandse radio te horen zijn en dan nog wel twee zomerhits: 'Alors on danse' van de Belgische Stromae en 'Je veux' van de Française ZAZ.




zondag 15 augustus 2010

Den draad

Twee Belgen en een Nederlander lopen langs een bouwwerf, alwaar men een bobijn aan het afwikkelen is. Zegt de ene Belg lachend tegen de andere: "Den draad hè". En de andere Belg gniffelend tegen de ene: "Jaja, den draad!". De Nederlander begrijpt er niets van. De Belgen: "Allez gij, kende gij den dráád niet?" Voor alle Nederlanders die 'den draad' ook niet kennen, volgt nu de legendarische sketch uit het Vlaamse nep-realityprogramma 'In de gloria':