zondag 26 december 2010

Quiz: wat betekent het Vlaamse barchoc?

Even een testje (Vlamingen doen niet mee).

1. Wat betekent 'hij demarreerde in tweede vitesse':
a. hij deed een tweede poging om te ontsnappen
b. hij reed weg in de tweede versnelling
c. hij ging naar de tweede wedstijd van Vitesse

2.Wat is een 'barchoc'?
a. een 'chocolate bar', dus een stuk chocolade
b. een striptease-bar
c. een bumper


Antwoorden
1. Winter 2010: vanwege de gladheid op de wegen is het beter om in tweede vitesse te demarreren. Antwoord b is dus goed.
2. Antwoord c is goed (zie hieronder).

Het is bekend dat het Vlaams veel woorden bevat die uit het Frans afkomstig zijn. Voor de Vlaamse autoterminologie geldt dit des te meer (vaak gaat het hier om spreektaal). Kijk maar naar het volgende lijstje:

- amortisseur - schokdemper
- ba(a)rchoc/barsok/barsjok (spreektaal) - bumper (Fr. pare-chocs, 'schokbreker')
- batterij - accu (fr. batterie; het woord accu wordt door Vlamingen echter ook vaak gebruikt)
- camion (spreektaal) - vrachtwagen
- camionette (spreektaal) - soort bestelbusje (in het Fr. overigens met dubbel n geschreven)
- chappement (spreektaal) - knalpot, geluidsdemper (Fr.: (pot d')échappement)
- clignoteur - richtingaanwijzer ('clignoteur' wordt in Nederland echter ook wel gebruikt en in het Vlaams wordt een richtingaanwijzer ook wel 'pinker' genoemd)
- demarreren - wegrijden (Fr.: démarrer)
- embraillage - koppeling(smechanisme) (in het Fr. echter 'embrayage' gespeld)
- garagist - garagehouder (fr. garagiste; 'garagist' is overigens standaardtaal, maar het woord wordt wel hoofdzakelijk in België gebruikt)
- gardeboe (spreektaal) - spatbord (Fr.: garde-boue ('slijkweerder'))
- jante/zjant - velg (Fr.: jante)
- remork (spreektaal) - aanhangwagen (Fr.: remorque)
- rond punt - rotonde (Fr.: rond point)
- vitesse - versnelling (Fr. vitesse: snelheid)

En hier nog wat aan de automobiel gerelateerde woorden die we in Nederland anders noemen:
- autostrade - (auto)snelweg
- (achteruit)bollen - (achteruit)rijden, -rollen
- koffer - kofferbak
- mobilhome - camper
- naft - benzine
- pechstrook - vluchtstrook

Enne ... als je na de kerstdagen weer de autostrade op moet, dan hoop ik dat het wat avanceert (dat het vooruitgaat/opschiet).

zaterdag 4 december 2010

Ot en Sien en Zwarte Piet

Hoewel er discussie is over het feit of het woord ‘neger’ nu wel of niet een beladen aanduiding is voor mensen met een donkere huidskleur (zie de Wiki-artikels Neger en Negerzoen), durf ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te stellen dat dit woord niet meer in hedendaagse (kinder)boeken te vinden is. Hoe anders was dat in vroeger tijden.

Uit ‘Een grote verrassing voor Pinkeltje (1975):
“We zijn nu al helemaal over België en over Frankrijk gevlogen. Als we nu nog over de Middellandse Zee vliegen, zijn we in Afrika, bij de negers en bij de apen.” “Wonen er alleen negers in Afrika, Kuifje?”, vroeg Paulineke. “O neen,” zei de vogel, er wonen in Afrika ook nog een heleboel blanke mensen, maar die wonen meestal vlak bij zee, want verderop in Afrika is het heel erg warm en daar kunnen blanke mensen niet leven.”

Tenenkrommender is de volgende tekst:

Uit Ot en Sien (1911, opnieuw uitgegeven in 1984):
Ze springen en zingen van Mariannetje. Maar moeder zegt: “’t Moet eigenlijk Moriaantje zijn.  Moriaantje zo zwart als roet.” (...) Want een Moriaantje is een negertje. En een negerkindje is een zwart kindje.”
Een zwart kindje? Daar begrijpen Trui en Ot en Sien niets van.
”De negers,” zegt moeder, “wonen in een land hier heel ver vandaan. Ze zijn zwart. De vaders, de moeders, de kinderen, allemaal zijn ze zwart.”
“Wat vies,” zegt Trui. “Waarom wassen ze zich dan niet?”
“Ze zijn niet vuil, maar hun vel is zwart. Ze hebben een zwart gezicht en zwarte handen. En ook zwarte benen en armen. En een zwart lijf. Helemaal zwart zijn ze. Maar toch zijn ze goed schoon. Het is in hun land heel warm. De zon schijnt er fel. Daarom hebben ze haast geen kleren aan. Ze lopen bijna naakt. Vaak hebben ze niets aan.”
Niks aan?! Helemaal niks?! Trui, Ot en Sien moeten er om lachen. Niks aan! Ze zouden het best willen! ’t Zou leuk zijn!
“Maar ook wel koud,” zegt Trui, “He, zo naakt, zo naakt als .... als ....”
“Als een slak,” zegt Ot. “En die is ook zwart. Dat is ook een neger.”

Het volgende avontuur van Ot en Sien, ‘Nog een neger’, waarin Ot met zwarte verf aan de slag gaat, zal ik jullie besparen ...

Fijne sinterklaas!

Zie ook: Zwartjes met botjes: Vlaamse-irritaaltop-20 (2)

zondag 28 november 2010

Witlo(o)f with love

Je kunt mij, zeker bij deze temperaturen, niet blijer maken dan met een heerlijke andijviestamppot of met gekaramelliseerd witlof (Vlaams: witloof). Trouwens, een ovenschotel met witlof, ham en kaas is ook niet te versmaden ...
Het is niet zo gek dat ik beide, wat bittere groenten zo lekker vind, want deze zijn nauw aan elkaar verwant: ze behoren tot de cichoreiachtigen.
De verwantschap komt ook tot uiting in de Franse taal: in Frankrijk worden zowel witlof als andijvie 'endive(s)' genoemd. Om ze uit elkaar te houden, heet witlof daar ook wel 'chicorées witloof'. Als je echter in Franstalig België of in het noordoosten van Frankrijk naar witlof vraagt, spreek dan over 'chicons'!
En hoe zat het ook alweer met de benaming Brussels lof? Wel, het was een Brusselse hovenier, Frans Breziers, die in 1850-1851 de witloof heeft uitgevonden:
Hij ontdekte dat duisternis, warmte en vochtigheid onontbeerlijk waren voor witlof. De witte bladeren ontstaan doordat het licht de plant niet kan bereiken. Zonder daglicht produceert de plant geen chlorofyl, de groene kleurstof. Het 'wit loof' werd voor het eerst in 1867 op de Brusselse markt verkocht en in de Parijse Hallen in 1883. Mede door het succes van de groente gingen steeds meer landbouwers rond Brussel en Leuven over tot witlofteelt. In de eerste helft van vorige eeuw zorgde dat 'witte goud' zelfs voor een grote agrarische rijkdom. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten Brabantse boeren naar Noord-Frankrijk. Zij hebben de teelt daar ingevoerd. De teelt is maar vrij recent in Nederland op grote schaal aanwezig: vanaf 1970! 
Weetje: in België wordt jaarlijks gemiddeld 7 kilogram witlof per persoon gegeten; in Nederland gemiddeld 3,2 kilogram.

(Bron en lees meer op http://nl.wikipedia.org/wiki/Witlof)
Recept voor gekaramelliseerd witlof

donderdag 11 november 2010

Een heel verschil (Margriet Hermans en Robert Long)


Wij zeggen laarzen, de Belg noemt dat botten.
Wij zeggen gekken en zij zeggen zotten.
Laarzen, botten, gekken, zotten …
Da's toch een heel verschil?

Holland zegt bijstand en België doppen.
Zij zeggen tassen en wij zeggen koppen.
Bijstand, doppen, tassen, koppen …
Da's toch een heel verschil?

En toch! Spreken we al eeuwenlang dezelfde taal.
En och! Eigenlijk is het verschil geen hinderpaal. (Precies!)
Dus hoor jij liever botten, dan zeg ik wel botten.
En ik zeg wel gekken … welnee zeg maar zotten.

Het verschil is eigenlijk nihil.
’t Gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta!

Als dat geen peen is … nee dat is een wortel.
En dit is cement … oh, bij ons heet dat mortel.
Peen of wortel, cement of mortel …
Da's toch een heel verschil?

Jij noemt iets mooi … terwijl jij dan weer schoon zegt.
En jij spreekt van wedde … waar jij dan weer loon zegt.
Mooi of schoon, wedde of loon …
Da's toch een heel verschil?

En toch! Spreken we al eeuwenlang dezelfde taal.
En och! Eigenlijk is het verschil alleen fiscaal.
Dus hoor jij liever botten, dan zeg ik wel botten.
En ik zeg wel gekken … zeg jij nou maar zotten.

Het verschil is eigenlijk nihil.
’t Gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta!

Wij zeggen laarzen … en wij zeggen botten.
Wij zeggen gekken … en wij zeggen zotten.
Laarzen, botten, gekken, zotten …
Da's toch een heel verschil?

Wij zeggen bijstand … bij ons heet dat doppen.
Wij zeggen tassen … en wij zeggen koppen.
Bijstand, doppen, tassen, koppen …
Da's toch een heel verschil?

Hoewel! ’t Verschil is als je ’t goed bekijkt maar minimaal.
Hoewel? Nou? We wonnen toch wel heel erg vaak bij ‘Tien voor Taal’.
Zeg, wil jij een patatje … ik lust wel een frietje.
Ik weet wel een frietkot … een snackbar, Margrietje.
En ik betaal … da's niet normaal!
Het gaat erom dat ik je versta …
Als ik je maar versta …
ALS … ik je maar versta!


Met dank aan Tomas, die me op dit lied opmerkzaam maakte.

vrijdag 5 november 2010

De mosselman uit China en Japan

Grappig om mijn punt 'Vlamingen wíllen helemaal niet bij Nederland horen' weer eens bevestigd te zien, ditmaal door Eef Lanoye. In het  Vlaamse blad Humo zegt de in Nederland wonende nicht van Tom: "Als ze hier in Nederland daarover beginnen, zeg ik meteen: 'Ja dááág, wij willen echt niet bij Nederland.'" En: "Bij de grens Nederland-België begint Zuid-Europa." En zo is het.
Het lijkt soms zelfs alsof Vlamingen meer met het Verre Oosten hebben dan met Nederland, gezien een aantal uitdrukkingen:
- Vlamingen worden wel eens de 'Japanners van het Westen' genoemd. (Dit is slechts één van de vele verschillen tussen België en Nederland: ondanks hun koopmansgeest staan Nederlanders niet direct bekend als keiharde werkers.)
- Onze zuiderburen zeggen: 'Met alle Chinezen, maar niet met den dezen' als zij bedoelen: 'Ik ben wel goed, maar niet gek'.
- Gisteren pas hoorde ik van de Vlaamse uitdrukking 'Chinese vrijwilliger'.
Wikipedia leert mij het volgende:
Een Chinese vrijwilliger is een Vlaamse uitdrukking voor iemand die verplicht wordt om een vervelende taak op zich te nemen. De oorspronkelijke betekenis komt met grote waarschijnlijkheid van de Koreaanse Oorlog (1950-1953), waar zowel Belgen als Nederlanders meevochten. De letterlijke betekenis is dus 'een Chinees soldaat ten tijde van de Koreaanse oorlog'. Aangezien het voor China belangrijk was om de communistische vrienden van Noord-Korea te steunen, spreekt het voor zich dat maar weinig van die vrijwilligers echt 'vrijwillig' waren. Vandaar wellicht de betekenis die vandaag de dag in Vlaanderen gebruikt wordt.
- En dan nog dit: de oer-Hollandse mosselman uit het kinderliedje 'Zeg ken jij de mosselman' komt volgens Vlamingen niet uit Scheveningen, maar uit ... China en Japan. Toegegeven: dit rijmt in ieder geval en ook het metrum is beter, maar het doet me toch een beetje pijn. Alleen al om dit liedje lijkt een gemeenschappelijke Vlaams-Nederlandse cultuur ver weg.
Overigens komt de mosselman ook niet uit Scheveningen, maar uit Yerseke (voor de Vlamingen, spreek uit: Ierseke met de klemtoon op 'Ier' en dan verder als 'Janneke'). Daar staat althans het beeld op de foto.

woensdag 3 november 2010

Vlees noch vis (in de microgolf) (2)

In Vlees noch vis (in de microgolf) (1) schreef ik dat ik als Nederlandse soms Vlaamse zinswendingen en uitdrukkingen blijk te gebruiken, terwijl ik daarvan echt geen weet heb. Ze klinken mij heel vertrouwd in de oren. Het duurde even, maar inmiddels kan ik wat voorbeelden noemen:

- “Die kan het goed uitleggen”. Betekenis (ongeveer): “Die heeft een vlotte babbel/kan mensen goed overtuigen”. Kan ook een beetje negatief bedoeld zijn: “Die heeft praatjes”.
- “Dat ziet er een lieve uit” in plaats van: “Dat lijkt me een lieve man/vrouw”.
- “We gaan eens een tandje bij steken”. Betekenis: “We gaan er nu eens even goed tegenaan”. (Natuurlijk wordt hier de tand van een tandwiel/versnelling bedoeld ...)
- “Die is nogal wat tegengekomen in zijn leven” of “Wat ik net ben tegengekomen ...”:  “Die heeft nogal wat meegemaakt in zijn leven”, respectievelijk “Wat me zojuist is overkomen ...”
- “Het is nu gedaan hè!” in plaats van: “En nu is het afgelopen!”

Lezer Bart, een Nederlander die in België woont, kampt wel eens met hetzelfde probleem. Onder Nederlanders zei hij, waarbij hij op volslagen onbegrip stuitte:

- “Die heeft nogal wat stoten uitgehaald!

Opnieuw iets wat mij volkomen normaal in de oren klinkt. Het betekent: “Die heeft nogal wat strafs uitgehaald” ... eh ... “Die heeft nogal wat geflikt”. 

En dan nog wat voor mij gevaarlijke woorden:

- opendeurdag zeggen in plaats van open dag of open huis;
- het woord ‘serieus’ gebruiken in bijvoorbeeld ‘een serieuze strafvermindering’, waar we in Nederland zouden zeggen ‘een forse strafvermindering’;
- zomeruur/winteruur in plaats van zomertijd/wintertijd;
- microgolf in plaats van magnetron.

maandag 11 oktober 2010

Jij hebt ze natuurlijk ook!

Heb jij ze ook? Vage kennissen die desalniettemin denken dat je hun hele levensgeschiedenis van naaldje tot draadje kent. Hoe zij herkenbaar zijn? Zij laten te pas en te onpas het woordje 'natuurlijk' vallen, daarbij suggererend dat jij als toehoorder natúúrlijk van het gestelde op de hoogte bent.
Een voorbeeld: "Ja, want de moeder van mijn man is natuurlijk vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm, dus het zit er dik in dat hij hetzelfde moet ondergaan." Wat ik me dan dus afvraag: is zo iemand er echt van overtuigd dat zij mij dit al heeft verteld (terwijl ik zéker weet van niet)? Of probeert zij er door middel van het woordje 'natuurlijk' naar te vissen of ze het mij al eens heeft verteld? "Mijn schoonmoeder is natuurlijk vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm." "Hè? Wat? Is jouw schoonmoeder vroeger ook geopereerd aan haar dikke darm?" "Oh, had ik dat nog niet verteld dan? Ja joh ..." Etc. etc.
Dit laatste werkt bij mij in ieder geval niet, want ik laat zo iemand natuurlijk gewoon eh ... uitpraten.