woensdag 30 juni 2010

zondag 27 juni 2010

Familie van het zevende knoopsgat

De Vlaamse uitdrukking 'van het zevende knoopsgat' heeft twee betekenissen:

1.    Zoals in 'familie van het zevende knoopsgat': zeer verre familie
2.    Waardeloos

Waar de uitdrukking vandaan komt? Tja, een overhemd heeft meestal zeven knopen. De zevende is dus de laatste en de laagste...

De eerste betekenis staat wel in Van Dale (als Belgisch Nederlands), de tweede niet. (Waarom eigenlijk niet?)
Ik kom de uitdrukking overigens ook, maar in mindere mate, op Nederlandse websites tegen. Misschien wordt deze uitdrukking in Zuid-Nederland gebezigd?
Ook varianten met bijna alle andere rangtelwoorden vind ik op internet. Na 'het zevende knoopsgat' komt de variant 'het derde knoopsgat' het vaakst voor. Op nummer drie staat 'het vijfde knoopsgat' en 'het vierde knoopsgat' staat op nummer vier. Daarna komen zowat alle varianten in mindere mate voor (zelfs het vierentwintigste knoopsgat kwam ik tegen). Je kunt het ook vaagweg over 'het zoveelste knoopsgat' hebben. In de tweede betekenis (waardeloos) heeft alleen 'van het eerste knoopsgat' een positieve betekenis:

- '(...) deze jongen bracht animo in het veldrijden, een vechter van het eerste knoopsgat.'
- 'Geen groepen van het tweede knoopsgat, maar opkomende groepen uit België of zelfs uit de Benelux.'
- 'Ik deelde een kamer met mijn bloedverwant van het vierde knoopsgat en zo kom je nog eens iets over jezelf te weten.'
- '(...) Bijvoorbeeld door allerlei organisaties van het vijfde knoopsgat als evenwaardig aan een vakbond te beschouwen.'
- 'Deze laatste was een amateur-Egyptoloog van het zevende knoopsgat en deduceerde op onwetenschappelijke wijze dat de sarcofaag en de inhoud hiervan (...)'
- 'Je krijgt sowieso nog genoeg volk thuis over de vloer en op die borrel komen dan neven en nichten, tantes en nonkels van het zevende knoopsgat, en dat vond ik super.'
- 'Het is ook een kunst natuurlijk, een avonturenprent maken die actie en spektakel opoffert aan filosofisch geneuzel van het zevende knoopsgat (...)'
- 'En BMX' er Dave Mirra vind ik stukken meer thuishoren op een quiz dan één of andere Kirgizische wielrenner van het zevende knoopsgat (...)'
- 'Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd had voor de maffiosi-praktijken van mijn Wit-Russische familie van het achtste knoopsgat!'
- 'Racing staat met een samenraapsel van het tiende knoopsgat bijna laatste!'

Kun je concluderen dat 'familie van het zevende knoopsgat', verre familie, als waardeloos wordt gezien? Dat gaat misschien wat ver. Ik denk dat er nog een derde betekenis mogelijk is die een combinatie van de twee is. De citaten bij 'het zevende knoopsgat' kun je volgens mij ook 'vertalen' als 'vaag': een of andere vage Kirgizische wielrenner, vaag filosofisch geneuzel, en dan dus ook 'een vage oom of tante'. Dat heeft toch een beetje een vage negatieve connotatie, zonder dat de persoon in kwestie direct waardeloos hoeft te zijn.

zondag 13 juni 2010

Roodkápje of Róódkapje? Ingewíkkeld of íngewikkeld?

Klinkt Roodkapje met de klemtoon op ‘rood’ en ingewikkeld met de klemtoon op 'in' Nederlanders een beetje mal in de oren, Vlamingen zijn het zo gewoon. En is het eigenlijk ook niet beter dan het Nederlandse ingewíkkeld en Roodkápje?

Tussen het Nederlands en het Vlaams bestaan veel verschillen in beklemtoning. Dat maakt het voor buitenlanders nog íngewikkelder om te leren waar in onze taal de klemtonen liggen.

(Nog ingewikkelder? Ja, want het Nederlandse klemtoonpatroon is echt een rommeltje en moeilijk te leren, zo schrijft Marc van Oostendorp. Talen als het Frans, het Pools of het Hongaars hebben een heel inzichtelijk klemtoonpatroon. De klemtoon ligt in het Frans altijd op de laatste lettergreep van het woord, in het Pools altijd op de één na laatste en in het Hongaars altijd op de eerste. Voor zover we kunnen nagaan, aldus Van Oostendorp, viel in het Oergermaans - de moeder van alle Germaanse talen - de klemtoon ook altijd op de eerste lettergreep van het woord. Het Nederlands heeft in de loop van zijn geschiedenis dat regelmatige patroon verlaten.)

Hieronder een aantal verschillen in beklemtoning in Nederland en in Vlaanderen:

NL  -  VL 
Casino  -  Casino
Pyjama  -  Pyjama
Bikini  -  Bikini
Ingewikkeld  -  Ingewikkeld
Nieuwjaar  -  Nieuwjaar
Werkloos (soms en correct: werkloos) -  Werkloos
Werknemer (soms en correct: werknemer) -  Werknemer
Doornroosje  -  Doornroosje
Roodkapje  -  Roodkapje
Sneeuwwitje  -  Sneeuwwitje
Plastic (uitspr.: plestik)  -  Plastiek
Nylon (uitspr.: nijlon)  -  Nylon (uitspr.: nielon)
Service (uitspr.: survis)  -  Service (uitspr.: servies)
Recital (uitspr.: risaaital)  -  Recital (uitspr.: resietal)
Verkoop (soms: verkoop, het mag allebei)  -  Verkoop
Catalogus  -  Catalogus (of eerder: cataloog)
Azalea  -  Azalea
Kameleon  -  Kameleon
Epilepsie  -  Epilepsie

Bij woorden als casino, pyjama en kameleon is er volgens mij sprake van volstrekte willekeur en is het geen kwestie van goed of fout. Waarom zou casino beter zijn dan casino? En kameleon beter dan kameleon?
Bij samengestelde woorden zoals werkloos, werknemer en Roodkapje doen de Vlamingen het vaak wel beter. Immers, het eerste, specifiërende deel van een samengesteld woord wordt logischerwijs beklemtoond: boekenkast (geen kleerkast), appelboom (geen perenboom), werkloos (niet machteloos) en dus ook Roodkapje (niet Blauwkapje). In Nederland zeggen we toch ook Blauwbaard?
Ook is het logischer om net als de Vlamingen te spreken van ingewikkeld, want ik neem toch aan dat er een verband is met het woord inwikkelen. En verkoop met de klemtoon op ‘ver’ is gewoon vergezocht.

donderdag 3 juni 2010

Overmorgen Mama Appelsap-verkiezing!

Overmorgen is het zover: de verkiezing van de allerbeste Mama Appelsapjes!

Hierbij mijn persoonlijke top vijf:

5. Mooie sokken - The offspring - Self esteem
4. Kom er maar in Chantal - Red hot chili peppers - Under the bridge
3. Ik zat alleen in een vuile kameel - Men at work - Down under
2. Ze verkoopt boerenkool, pakt de shampoo erbij  - Patrick Bruel - Casser la voix

En op 1:
1. 't Noorderdierenpark - Wham! - Wake me up before you go go.
Ik vind deze zo leuk omdat ik heel lang niet heb geweten wat Wham! nu zingt aan het begin van dit lied. (Ze zingen 'Jitterbug', een soort dans)

Ik heb hier ook nog een originele Mama Appelsap, namelijk een echte Vlaamse mondegreen, die ik van mijn Vlaamse nicht heb geleerd:

- 't Moe allicht gedaan zijn! - Baha men - Who let the dogs out?
Gedaan klinkt ongeveer als gedòn. ''t Moe allicht gedaan zijn' betekent zoveel als ‘schei daarmee uit!’

Breng nu je stem uit op de drie leukste Mama Appelsap-fragmenten!

dinsdag 1 juni 2010

De uitspraak van de naam Lucienne

Ik kreeg de vraag hoe mijn naam nu eigenlijk uitgesproken wordt: in drie lettergrepen ('Lu-ci-en') of in twee ('Lu-sjen'). Mailer had hierover een discussie met zijn vrouw; hijzelf denkt het laatste, want hij had vroeger een ‘Lu-sjen’ in de klas, maar zijn Engelstalige vrouw denkt dat het eerste correct is. In het Engels wordt de naam namelijk als ‘Lucy-Ann’ uitgesproken en in het Frans telt de naam ook drie lettergrepen.

De naam Lucienne is Frans en dient dan ook eigenlijk uitgesproken te worden op zijn Frans, namelijk als 'Lu-ci-en' met een scherpe ci, een uitgesproken n en een stomme (niet uitgesproken) e op het eind. Dus niet nasaal uitspreken, zoals de mannennaam Lucien. En ook geen vernederlandste versies zoals ‘Lusjenne’ of ‘Lusjen’. Ook schrijf je Lucienne in het Frans zonder trema op de e.

Dan nu de praktijk. In Nederland wordt Lucienne bijna altijd uitgesproken als ‘Lusjen’ of ‘Lusjenne’, ook door mijzelf. (Als ik alleen mijn voornaam zeg, zeg ik ‘Lusjen’ en als ik mijn achternaam erbij noem, dan zeg ik ‘Lusjenne’ omdat dat vloeiender loopt.) Ik denk dat dat ook voor de meeste andere Luciennes in Nederland geldt. Waarom dat zo is? Ik denk dat het deels te maken heeft met gemakzucht (Nederlanders nemen het over het algemeen niet zo nauw met de uitspraak) en deels met het feit dat het in Nederland een beetje geaffecteerd klinkt als je Lucienne op zijn Frans uitspreekt. In Vlaanderen daarentegen wordt mijn naam correct (op zijn Frans dus) uitgesproken; ook ik doe dat als ik in België ben.
In Nederland wordt de naam Lucienne ongeveer even vaak met trema geschreven als zonder.

Trivia:
- De naam Lucienne is in België en Frankrijk echt een naam voor oma’s. Op een Frans babynamenforum wordt de naam echt uitgespuugd: ‘Wat zielig voor die baby’, ‘Ik heb met haar te doen' ...
- In Nederland komt de naam niet zo heel vaak voor; in 2009 werd de naam Lucienne twee keer gegeven; de naam Luciënne eveneens twee keer (bron: Sociale Verzekeringsbank)
- Mijn naam wordt vaak verward met de namen Michelle en Julienne
- Vrienden noemen mij Luus of Lucy, pesters noemen mij Lu-chien (hond)

NB: Op 3 juni gaat de nieuwe Nederlandse Voornamenbank online op www.meertens.knaw.nl/nvb, die 500.000 voornamen bevat waarvan de populariteit vanaf 1880 en de verspreiding over Nederland wordt getoond. De NVB is het complement van de Nederlandse Familienamenbank die op 3 december 2009 gelanceerd werd.

maandag 10 mei 2010

Klemtonen in straatnamen (vervolg)

Ik zou nog terugkomen op de klemtonenkwestie bij straatnamen (en plaatsnamen): waarom is het de Boomláán en niet de Bóómlaan? En de Leywég en niet de Léyweg? (Zie mijn blog De dekselse diabolo.) Het googelen over dit onderwerp viel echter een beetje tegen; heel veel lijkt hier niet over gepubliceerd te zijn.

De Taalkalender van Onze Taal geeft wat  mij betreft een nogal onbevredigend antwoord:
In heel veel dorpen en steden is het een bekend verschijnsel: de lokale bevolking zegt 'Hoogstráát' of 'Coolsíngel' waar je 'Hóógstraat' of 'Cóólsingel' zou verwachten. Hoe zou dat komen? Taal wordt vaak gebruikt als een paspoort: op heel subtiele manieren kun je laten merken of je wel alle codes van een groep kent. Een accent hoeft maar net een klein beetje anders te zijn, of je luisteraar weet al: die is niet van hier. Ook die vreemde klemtoon kan dat doel dienen. Je merkt dat bijvoorbeeld ook doordat de vreemde klemtoon niet bij alle straatnamen opduikt: in dezelfde stad heb je naast elkaar een 'Coolsíngel' en een 'Wéstersingel'. Als het klemtoonpatroon regelmatig was, zou het te makkelijk zijn voor buitenstaanders.
Dit lijkt me een iets te simpele verklaring. De vraag blijft, wie wanneer en waarom dan ooit bedacht heeft dat er Hoogstráát gezegd wordt en niet Hóógstraat. Het lijkt me logischer dat de ligging van de klemtonen historisch of geografisch bepaald is en dat het buitenstaandersidee eerder een bijkomstigheid is.

In reactie op mijn blog vroeg ‘Herman’ of het niet met geografie te maken kan hebben. In het westen van Nederland wordt hij aangesproken met Hérman, maar op de Veluwe en verder naar de oostgrens verschuift de klemtoon en wordt het steeds meer Hermán. Hetzelfde viel hem op voor de naam Johan.
Een andere blogger zag ook geografisch bepaalde verschillen in uitspraak, maar doelde daarbij op Noord- versus Zuid-Nederland: mensen uit Noord-Nederland hebben volgens hem de neiging om de klemtoon aan het begin uit te spreken (Lééuwarden, Káátsheuvel, Máástricht), terwijl zuiderlingen dat juist aan het einde doen (Leeuwárden, Kaatshéúvel, Maastrícht).

Misschien zit er wat in, en wie weet heeft het wel wat met Germaanse en Romaanse invloeden te maken. Maar daar staat weer tegenover dat Limburgers zelf Kérkrade schijnen te zeggen, terwijl Randstedelingen (ik weet niet hoe ze dat in het noorden doen) het over Kerkráde hebben. Dus helemaal waterdicht is dit niet.

Zelf houd ik het maar bij De Nieuwe Taalgids uit 1916, die vooral ingaat op de inhoud. Het komt er in het kort op neer dat de klemtoon op dát lid van de samenstelling ligt, dat als belangrijkste beschouwd wordt. In Venlo is het Kérkstraat maar Maaspóórt. Waarom? Omdat men desnoods kan zeggen: ‘die of die persoon woont aan de poort, op de markt, op de plaats’, welke aanduiding dan nader kan worden bepaald; maar het is het vlakweg onmogelijk te zeggen: ‘hij woont in de straat’. Lees vooral ook even het hele artikel op de website van de DBNL, de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

maandag 26 april 2010

Het verband tussen maillot en onbevlekte ontvangenis

Wat natuurwetenschappen moeten zijn voor de bètastudent, is etymologie voor de alfa: het is een duizelingwekkende reis naar de kern der dingen en naar een voor de oppervlakkige toeschouwer nooit vermoede samenhang tússen de dingen. De aarde wordt bijeen gehouden door een onzichtbaar net van de kleinste deeltjes, voortkomend uit de oerknal; etymologie is eveneens als een haakwerk dat onder de oppervlakte verleden en heden, en talen met elkaar verbindt - zoals bijvoorbeeld de verwante talen Fins en Hongaars.
Een maillot is in Nederland een soort panty, maar in Frankrijk een gympak of een voetbalshirt, een badpak of een zwembroek (beide maillot de bain). Het is natuurlijk geen  toeval dat voor al deze kledingstukken hetzelfde woord ‘maillot’ wordt gebruikt. De gemeenschappelijke deler is maille, het Franse woord voor tricot  (het woord tricot bestaat in het Frans overigens ook) en, in de eerste betekenis, voor 'steek' (van haakwerk). Hoe het precies komt dat de betekenis in Nederland beperkt is, of zich wellicht is gaan beperken tot louter een weefsel voor aan je benen, dat weet ik niet en ik vraag me af of dat precies is na te gaan.
De etymologie die eerder op Wikipedia aan het woord maillot werd toegedicht, namelijk dat het afkomstig zou zijn van een bij de Parijse opera werkende kostuumontwerper genaamd ‘Maillot’, klopt volgens Onze Taal in ieder geval niet; er zou zelfs nooit een Maillot bij deze opera gewerkt hebben (Onze Taal december 2007, p. 348).
Verder betekent het Franse 'maille' onder meer nog ‘maas’ (van bijvoorbeeld een net) en ‘malie’ (denk aan het woord ‘maliënkolder’), maar ook ‘gespikkelde (gevlekte) tekening op sommige vogelsoorten’ en ‘macula’ (de medische term voor vlek, zoals de gele vlek op het netvlies). Het zal gezien het voorgaande niet verbazen dat het uit het Latijn afkomstige ‘macula’ zowel ‘vlek’ als ‘maas’ betekent.
Er is dus een taalkundig verband tussen de onbevlekte ontvangenis (the immaculate conception/l’immaculée conception) en een ordinaire Hollandse maillot. En dat is nu het leuke aan etymologie.