Op mijn werk leerde ik een jonge Poolse, die Nederlands aan het leren is, het woord 'perforator'. Toevallig kwam deze gaatjesmaker enkele dagen daarvoor, op vakantie in Frankrijk, ook aan de orde (vraag niet waarom). Daar wij niet op het Franse woord voor perforator konden komen - perforateur? perforeuse? perforatrice? - vroegen wij de dichtstbijzijnde Française om opheldering. 'Perforatrice' blijkt het goede woord te zijn, hoewel perforeuse ook niet fout is. Een 'perforateur' is dan weer een boormachine. Van onze Vlaamse vrienden die mee waren, en van die Française heb ik geleerd dat een perforator in het Frans ook wel gekscherend een 'troutrouteuse' wordt genoemd. Luciennes gedachten dwaalden al gauw af naar 'Le poinçonneur des lilas' van Serge Gainsbourg, oftewel 'de kaartjesknipper' (lilas zijn paarse treinkaartjes). "J'fais des trous, des p'tits trous, encore des p'tits trous... des trous de seconde classe, des trous de première classe..."Over bureauartikelen en over gaten gesproken: in Frankrijk werd vaak over 'scotch' gesproken, een woord dat ik vroeger hield voor whisky, maar dat ik in de context toch niet helemaal kon plaatsen. Pas later begreep ik dat dit woord, naast 'whisky', ook 'plakband' betekende... een gat in mijn woordenschat.










